WAAROM IK HET CHRISTELIJK GELOOF VERLAAT
8. GOD MOET GROTER ZIJN RELIGIE

De zaken die ik in de voorgaande hoofdstukken heb beschreven, hebben mij tot de conclusie gebracht dat alle religies menselijk van aard zijn. Het zijn pogingen van mensen om het mysterie van 'God' naar hun beste weten te ordenen en systematiseren. Het christendom ook. En ik denk dat alle religies flarden van het goddelijke opvangen. Ik denk dat als er echt een God is, deze universeel bij mensen betrokken moet zijn en ieder mens ontmoet waar hij of zij is – ook al zien zij de werkelijkheid niet perfect. Want geen mens kent de werkelijkheid perfect.

Ik vind de christelijke gedachte steeds absurder dat God – de schepper van alles, die alles in allen is en heel het universum in zijn hand houdt – wil dat mensen tijdens hun korte leven op aarde in aanraking komen met de Bijbel (een moeilijk boek waar je voor doorgeleerd moet hebben om de zin van de onzin te scheiden en waar je de juiste historische context, grondtekstvertaling en OT-achtergrondinfo voor nodig hebt om te begrijpen; een boek zo ondoorzichtig dat er alleen al binnen het christendom 40.000 denominaties zijn die er allemaal anders over denken) en dan in dat oude boek moeten lezen wat de ‘waarheid’ is (waarover ze het vervolgens allemaal oneens zijn) en daar hun amen op moeten geven om gered te worden voor het hiernamaals. Als er echt een God is, dan is deze betrokken bij allen die een open hart hebben, ongeacht hun geestelijke staat of gebrekkige inzichten over Hem. Een echte God kan prima omgaan met het feit dat mensen de werkelijkheid (nog) niet ten volle zien, want géén mens heeft de volle kennis.

Ik denk dat ‘God’ – om nog even de christelijke term ervoor te gebruiken – overal ter wereld tot mensen spreekt, mensen leidt, mensen helpt, en dat de stem van God in alle mensen aanwezig is, en dat de scheidslijn van wel/niet christen zijn een vals criterium is. Dat verklaart ook waarom spirituele ervaringen en het krijgen van voorspellende dromen universeel voorkomen (daarover later meer). Ik denk dat het werkelijk waar is dat alle religies ten dele God zien, zoals blinden die allemaal rondom een olifant staan en op hun tast beschrijven hoe de olifant is. De een voelt de slurf en beschrijft de slurf, de tweede voelt de poten en beschrijft de poten... en ze zijn het vervolgens oneens met elkaar over hoe de olifant eruit ziet, omdat ze niet doorhebben dat de olifant vele malen groter is dan het kleine stukje wat zij voelen.

Ik weet dat dit wat ik nu zeg compleet in strijd is met datgene wat ik in mijn eigen boeken verkondigd heb. In 'De Wereldwijde Vloed' reconstrueerde ik de wereldgeschiedenis vanuit het paradigma dat alle religies vervaagde herinneringen zijn aan een oorspronkelijke kennis van God, die onze verre voorouders ooit kenden. De Bijbel zag ik als de meest authentieke verslaglegging van die kennis. Hoewel ik dat destijds met de beste bedoelingen schreef, zie ik nu dat het een omdraaing van de werkelijkheid is. Het christendom is niet de waarheid, en de Bijbel bevat zeker niet de meest betrouwbare weergave van de 'goddelijke werkelijkheid'. Het christendom is één van de vele pogingen van mensen om God te begrijpen.

Ik denk dat alle religie in feite menselijke gedachten over het Goddelijke omvat. En ik de plek waar je God kunt vinden is niet in een boek, maar in je eigen binnenste, in je eigen geest, in jezelf. Daar bevindt het goddelijke bewustzijn zich, waar wij allemaal deel van uitmaken.

Het idee van een ‘goddelijke geest’ in alle religies
Christenen belijden dat God ‘Geest’ is. Als dat zo is, dan is God niet een optelsom van leringen of woorden, maar een realiteit. De enige plek waar je die realiteit kunt ervaren is dan in je eigen geest. Niet in boeken, niet in rituelen, niet in verstandelijke dogma’s over wat wel en niet ‘waar’ is. Enkel en alleen in onszelf.  En precies dát idee zien we terug in alle religies en spirituele stromingen.

We zien het terug in de Bijbel. Volgens Genesis heeft God zijn adem (geest) in het binnenste van de mens geblazen. Ook in het Nieuwe Testament zien we de boodschap doorschemeren dat het tijdperk van tempels en rituelen voorbij was en dat mensen God in realiteit kunnen gaan ervaren via hun geest. Jezus zou zelfs gezegd hebben dat koninkrijk van God niet op aarde aanbreekt op een bepaald moment of op een bepaalde plek, maar dat het koninkrijk zich in het binnenste van de mens bevindt (Lucas 17:21). Ook zei Jezus dat een gelovige in de ‘volle werkelijkheid’ geleid moest worden, niet door het bestuderen van heilige boeken, maar door de ‘Geest van God’.

We zien ditzelfde idee terug in andere religies. Bijzonder genoeg lijkt de kern van wat zij leren hetzelfde:

  • Hindoes geloven dat de mens een geest heeft, die eeuwig is (atman). Deze menselijke geest is echter één substantie met de Goddelijke Geest van de schepper (brahman). Ieder mens is dus deel van het bewustzijn van God, maar weet dat vaak niet door alle aardse en vleselijke dingen. Het doel in het leven is om de gedachten te vernieuwen naar dat de menselijke geest één is met die van God, zodat we dienovereenkomstig mogen gaan wandelen in licht, liefde en zuiverheid.

  • Boeddhisten geloven dat de mens door o.a. meditatie, gebed en het afleggen van aardse beslommeringen connectie kan leren maken met de ware goddelijke kern in haar binnenste.

  • Taoïsten geloven dat de mens een goddelijke energie in haar binnenste heeft, ‘chi’ genaamd, en dat het laten stromen van die energie door onder andere ademhalingstechniek en meditatie genezend en herstellend is, omdat het alle verstoppingen in de mens wegneemt. Het doel van alles is vanuit de ‘chi’ te leren leven.

  • Het Soefisme leert dat het binnenste van de mens onlosmakelijk verbonden met God is, en dat de mens door meditatieve levenswijze en door het sterven aan het eigen ego contact leert maken met de liefde van God binnenin en zo met Hem kan versmelten.

Bovenstaande dingen lijken allemaal sterk op hoe de Bijbel spreekt over ‘je denken vernieuwen naar de goddelijke natuur’ die je hebt gekregen. Onze werkelijke goddelijke identiteit is in ons.

Ik denk momenteel oprecht dat dat wat de Bijbel de ‘Geest van God’ noemt, de universele geest van God in de mensheid is. Dat het een Goddelijk bewustzijn is waar we als mensen deel van zijn, of we het nou doorhebben of niet. De Geest/aanwezigheid van God is dus niet beperkt tot christenen – overal ter wereld hebben mensen dit ervaren en daarom zijn overal (gebrekkige) religies ontstaan die deze ervaring beschrijven. Het christendom is er één van.

De Perzische Soefi-mysticus Jalal ad-Din Rumi schreef in de 13e eeuw: 'Kruis en christenen heb ik grondig onderzocht, maar Hij was niet aan het kruis. Ik ging naar een Hindoe tempel, naar de oude pagode; in geen ervan was er een teken. Naar de hooglanden van Herat ging ik en naar Kandahar, ik keek; Hij was niet op de hoogten of in de laaglanden. Ik ging te voet naar de Kaba in Mekka, maar Hij was er niet. Toen keek ik in mijn eigen hart, en daarbinnen, dáár was Zijn woning, daar zag ik Hem. God was nergens anders.”

Ik heb zelf na een lange weg van 20 jaar christendom moeten ontdekken dat de oplossing voor mijn problemen niet extern te vinden was maar intern, dat ik juist alles moest loslaten en contact met mijn eigen binnenste moest maken. Ik heb met behoorlijk wat mentale problemen gekampt die voortkwamen uit het feit dat ik jarenlang leefde vanuit een verstandelijke religieuze brainwash. Gelukkig heb ik uiteindelijk ook ervaren hoe bevrijdend het is dit alles los te laten en te gaan leven vanuit mijn binnenste (ik zal later wat dieper ingaan op mijn persoonlijke worstelingen). Ik ontdekte dat theologie en verstandelijke leringen alleen maar ballast werden - alles wat ik nodig had, zat al die tijd al in mijn eigen binnenste.

Ik vind het verbazend dat (als je de menselijke verschillen tussen de religies wegdenkt) ze allemaal hetzelfde lijken te vertellen: dat we als mens moeten leren connectie te maken met ons eigen binnenste, waar de universele God zich bevindt. Hoewel religies en spirituele stromingen het per cultuur anders noemen, spreken ze allemaal over die oneindige God / Goddelijk bewustzijn / bron van het universum die groter is dan wat we ook denken, uit wie we voortkomen, die één is met de schepping, en met wie je contact kunt krijgen via je eigen binnenste.

Daarnaast bevatten talloze religies en spirituele stromingen het idee dat er een andere, hogere, 'perfecte' werkelijkheid is, en een aardse, vergankelijke werkelijkheid. De perfecte werkelijkheid wordt vaak gezien als goddelijk, eeuwig en volledig in harmonie. Ik verkondigde vaak het idee dat de hemelse realiteit perfect was, en dat deze 'manifest' moet worden in onze aardse realiteit. Maar feitelijk bestond dit idee al ver voor het christendom aanving. Het is zelfs een van de pijlers van de filosofie van Plato zoals hij deze weergaf in zijn 'allegorie van de grot': de mens zit gevangen in een aardse, vergankelijke realiteit, maar de ziel/geest van de mens behoort tot de perfecte, eeuwige realiteit. Door bewust te worden daarvan kunnen we de gevangenis van het aardse van ons afschudden en gaan leven uit de hogere realiteit, die zich buiten tijd en ruimte bevindt.

Ik denk bovendien dat wereldwijde visies over het goddelijke elkaar aanvullen. Zo kent het christendom vooral een vermenselijkt beeld van God, met allerhande menselijke metaforen (God als vader, schepper, echtgenoot, rechter, etcetera), terwijl de oosterse religies over het algemeen God meer als de hoogste bron en het hoogste bewustzijn zien. Ik denk dat in beide visies waarheid zit: ‘God’ is de hoogste bron, hij is Geest, hij is het hoogste bewustzijn van het universum, hij is oneindige liefde, kracht en energie, maar hij openbaart zich blijkbaar soms in metaforen die voor ons mensen begrijpelijk en tastbaar zijn. God is geen man, ook geen vrouw, ook geen vader – dat zijn metaforen om het voor ons begrijpelijk te maken. God is Geest, oerbewustzijn, oer-energie, de scheppende kracht achter dit ontzagwekkende universum.

Ik denk dat alle menselijke visies op God uit balans zijn, omdat niets God recht doet – hij is veel te groot om door ons begrepen te worden. God kun je alleen ervaren, niet verstandelijk uitleggen. Overal op aarde hebben mensen God ervaren, maar hun uitleg over dit Wezen schiet per definitie tekort en is altijd gekleurd. En zodra we die gebrekkige ‘uitleggingen’ heilig gaan verklaren of systematiseren of gaan denken dat het ‘de enige waarheid’ is creëren we een religie.

Geen verschil tussen christenen en niet-christenen
Echte evangelisch christenen zullen hier echter tegenin brengen dat volgens de Bijbel mensen die ‘goddelijke geest’ niet automatisch hebben, maar dat slechts zij die in Jezus gaan geloven ‘opnieuw geboren worden’ en vervolgens de ‘goddelijke natuur’ en ‘Geest van God’ ontvangen. Dat is inderdaad wat de Bijbel zegt. Maar is het ook wáár? Laten we voor een moment proberen om objectief naar dit theologische dogma te kijken.

De Geest van God die gelovigen zouden ontvangen is volgens Paulus ‘de wet geschreven in ons binnenste’ en zou zich vooral moeten uiten in liefde voor elkaar en voor de medemens, want de hele wet is vervuld in het gebod tot liefhebben. Ook zou de Geest van God moeten zorgen voor ‘vruchten’ zoals geduld, liefde, zelfbeheersing, vriendelijkheid, enzovoorts. Als het werkelijk zo is dat christenen de Geest van God hebben en de rest van de wereld niet, dan zou er een meetbaar verschil moeten zijn in de mate van liefde, geduld, goedheid en vriendelijkheid. Maar in realiteit zijn christenen precies als de rest van de wereld. Ze zijn niet liefdevoller – integendeel, ze hebben over het algemeen juist slechte naam. Telkens ontstaan er grote schandalen rond christelijke ‘gezalfde mannen Gods’, zelfs rond leiders van grote Heilige Geest-heiligingsbewegingen, die ineens talloze overspelige relaties of seksverslaving blijken te hebben, of misbruik met talloze vrouwen gepleegd blijken te hebben. En ja, natuurlijk heb je geweldig liefdevolle christenen, maar dat geldt net zo goed voor niet-gelovigen. Er zijn atheïsten die belangeloos armen helpen en in wie ik meer liefde van God zie dan in sommige christenen (en in mijzelf).

Ergo: ik denk dat we statistisch gezien géén verschil kunnen vaststellen tussen christenen en niet-christenen, en de zgn. ‘goddelijke natuur’ en ‘geest van God’ die alleen christenen zouden hebben, is onmogelijk objectief vast te stellen. En laten we eerlijk zijn, als die ‘goddelijke natuur’ niet zichtbaar en opmerkelijk is voor de rest van de wereld, wat hebben we er dan aan?

Feit is: je hebt mensen die liefdevol zijn, en mensen die vol haat zitten. En mensen die vol haat zitten, zijn zo geworden omdat ze liefde gemist hebben. Het zijn vicieuze cirkels die enkel doorbroken worden door liefde. Kinderen die uit een oorlog gehaald worden en liefde ontvangen, krijgen genezing in hun hart en kunnen verlost worden van hun trauma waardoor het patroon van haat stopt. Geen therapie of methode kan hen genezen, liefde wel. Daarom denk ik dat het allemaal om liefde draait.

Als het criterium om ‘bij God te horen’ geloof is, dan is het een bijzonder slecht criterium, want mensen die geloven zijn niet verschillend van mensen die niet geloven. Na 2000 jaar kunnen we veilig zeggen dat dit geloof mensen niet ‘echt’ verandert en dus ook de wereld niet zal veranderen. Je hebt mensen die in Jezus geloven en liefdevol zijn, maar ook mensen die in Jezus geloven en verschrikkelijk verduisterd zijn in hun hart (ik heb het vaak genoeg meegemaakt). Het geloof zegt dus feitelijk niets. Want je hebt óók hindoes die vol haat zitten, en óók hindoes die vol liefde zijn. Ik las recent nog aan artikel over moslims die christenen met gevaar voor eigen leven hielpen onderduiken tijdens aanslagen van extremistische jihadisten, om maar wat te noemen. En er zijn compleet ongelovige mensen die hun werk onder de allerarmsten als een roeping ervaren. Neem Maggie Doyne die haar leven opoffert om kinderen in Nepal een beter bestaan te geven, en zelfs een groot aantal weeskinderen als eigen kinderen aannam. Hoewel ze niet religieus is, beschrijft ze haar werk als het brengen van 'een beetje hoop, een stukje hemel, een voorbeeld van hoe de wereld zou kunnen worden' (geciteerd uit het interview in 'Floortje naar het einde van de wereld'). Kortom: geloof programmeert mensen met een leer, maar verandert hun hart niet per definitie. Maar als het waar is dat liefde de geest van God kenmerkt, kan ik het begrijpen. Want dan draait het om iets wat werkelijk een verschil maakt.

Zelfs Paulus zegt in Galaten 5 dat het enige wat nog telt ‘geloof is dat zich uit door liefde’, want zo legt hij even verderop uit: ‘de gehele wet is vervuld in dit ene gebod: heb je naaste lief als jezelf.’ Dus zelfs een radicaal christen zou ‘liefde’ als belangrijker moeten zien dan geloof. En toch denken christenen massaal dat God mensen enkel ‘toelaat’ als ze geloven – liefde is in het christelijke geloofssysteem als er erop aankomt inferieur aan geloof.

Ik denk dat alle liefde uit God voortkomt. Misschien is liefde zelfs een van de meest concrete werkende krachten van het goddelijke. Iedereen die zijn kinderen omhelst en liefheeft, ervaart het karakter van God. Als iemand bewogenheid heeft voor een ander, echte verbondenheid voelt en een ander troost, dan openbaart God zich daar. Als iemand een ander ziet lijden en ontroerd raakt en gaat helpen – daar openbaart zich een stukje hemel op aarde. Zelf heb ik nog veel te leren op het gebied van liefde, dat weet ik, ik ben vast niet het beste voorbeeld. Maar ik denk wel dat daar waar echte liefde is, God is. God is niet een optelsom van teksten die samen een mooie theologische leer opleveren. Tegen een ander ‘God houdt van jou’ zeggen is niet meer dan theologie. Van iemand houden is realiteit.

'Geesten en demonen'
Christenen geloven in het bestaan van satan, geesten, demonen, bindingen, vloeken, enzovoorts. Ze gebruiken dat om de innerlijke problemen van mensen te begrijpen. Jarenlang geloofde ik hier ook in, maar het verergerde mijn problemen op de lange termijn alleen maar. Het idee dat ik vocht tegen machten, bracht op de lange termijn geen overwinning, maar paranoia. Nu ik het allemaal heb losgelaten, zie ik dat het idee van ‘energieën’ veel geloofwaardiger is dan het idee van geestelijke wezens.

En met 'energieën' bedoel ik geen zweverige paranormaalbeurs-onzin. Ik bedoel simpelweg dat goede, opbouwende en positieve emoties/gedachten/houdingen/woorden genezend zijn, en slechte, negatieve, destructieve en vernietigende emoties/gedachten/houdingen/woorden mensen kapot maken.

Wij mensen zijn gemaakt om lief te hebben en geliefd te worden. God is de bron van liefde - God is liefde. Liefde, hoop, begrip, geduld, bemoedigende woorden en zijn positieve energieën. Daar waar mensen liefhebben en geliefd worden, is vrijheid, vrede, schoonheid en genezing. Positieve energieën herstellen mensen, ze richten mensen op, ze herstellen eerwaarde en identiteit. Maar haat, manipulatie, bitterheid, wrok, negatieve woorden, geweld en agressie zijn negatieve energieën. Daar waar mensen haten, jaloers zijn, boosheid opkroppen of negatief over andere spreken, vindt beschadiging plaats. Negatieve energieën zijn altijd destructief. Positieve energieën zijn altijd herstellend.

Christenen kennen deze principes. In de charismatische wereld wordt altijd verteld dat je 'woorden van leven' moet spreken, dat dood en leven in de macht van de tong is, dat je mensen kapot kunt maken met woorden of door hen te haten. Maar deze dingen hebben niets met geesten, vloeken of bindingen te maken. Het zijn universele principes. Kinderen die door hun ouders gehaat en mishandeld worden kampen hun leven lang met trauma's en minderwaardigheidsgevoelens. Enkel door verzoening, door geliefd te worden, kan dit hersteld worden. Niet door een of andere magische genezingstruc, maar door genezing. Haat maakt kapot en liefde geneest – ongeacht of het nou bij christenen, moslims, atheïsten of hindoes gebeurt. 

Mensen zijn 'goed' geschapen en dragen de aard en het karakter van God. Maar door negatieve energieën kan dit bedekt en verborgen worden. Goede energieën zoals liefde en bewogenheid komen voort uit het binnenste van de mens, uit het hart, waar de vlam van goddelijk bewustzijn en liefde te vinden is. Ieder mens weet van nature wat liefde is en dat liefde de weg is – zelfs zij die vol haat zitten! De negatieve energieën komen voort uit het verharden of negeren van het hart, en zijn daarmee simpelweg het gevolg van het niet toelaten van liefde.

Wie zijn hart – waar bij ieder mens Gods beeld en gelijkenis verscholen zit – opent, ervaart altijd mededogen, liefde en bewogenheid. Dat is onze Godgegeven natuur. Als je een kind ziet dat eenzaam en verwond is, dan zal ieder mens met een open hart medelijden krijgen en willen troosten. Dát is de werkelijke natuur van de mens, en die is niet zondig of slecht, maar ‘zeer goed’. Het is het diepe bewustzijn dat God in de mens blies, en zich kenmerkt in liefde. Er is geen wedergeboorte voor nodig, want ieder mens op aarde heeft dit in zijn binnenste. Maar wie zijn hart afdekt of verhardt – of vanwege pijn of verwonding of gebrek aan liefde een verhard hart heeft ontwikkeld, heeft de connectie met deze Goddelijke natuur in zijn/haar binnenste verloren en gaat negatieve energieën verspreiden zoals haat, geweld, egoïsme, of zelfs sadisme. Ik geloof niet langer dat er een duivel bij betrokken is; zulke negatieve energieën komen voort uit de mens zelf, uit de plekken in de ziel waar niet geen licht is maar schaduw, en waar liefde verdwenen is door haat en pijn.

Dat wat christenen 'demonische binding' noemen heeft dus niets met geesten te maken. Wij mensen zijn gemaakt om lief te hebben en geliefd te worden. Daar waar liefde ontbreekt hopen zich boosheid, woede en pijn en verwonding op. Mensen komen dan steeds verder vast te zitten in hun eigen pijn, met agressie of wrok als gevolg. Sommige mensen zijn niet meer in staat liefde toe te laten uit angst gepijnigd te worden. Om het innerlijke gebrek aan liefde te verdoven komen zij vaak terecht in destructieve patronen of verslavingen. Dat heeft niets met geesten te maken. Het zijn patronen die voortkomen uit verwonding en gebrek aan liefde. Uiteindelijk draait alles dus om het hart van mensen en de mate waarin ze liefhebben.

Er zijn mensen die de Bijbel lazen en het gebruikten om hele volken af te slachten; je hebt ook mensen die de Bijbel lezen en het gebruiken om de wereld te verbeteren. Op gelijke wijze heb je moslims die de koran lezen en er teksten uithalen die hun haat voeden en vervolgens mensen de kop eraf hakken; je hebt ook miljoenen moslims die de koran lezen en er de teksten over barmhartigheid en liefde uithalen en de wereld proberen te verbeteren. De religie en het heilig boek hebben geen direct verband tot iemands handelen. Mensen halen uit een heilig boek wat ze zelf willen, afhankelijk van de gesteldheid van hun eigen hart. Uiteindelijk is er maar één ding wat verschil maakt: of iemand zich laat lijden door haat/pijn/verwonding/trauma/negativiteit, of door liefde/heelheid/trouw/blijdschap/hoop. Het draait uiteindelijk allemaal om het kiezen voor de juiste, gezonde energie die jezelf en anderen eert en zegent.

Ik durf te beweren dat ieder mens op aarde leeft vanuit ofwel liefde ofwel het gebrek eraan.

De grootste helden die de grootste zegen voor de mens waren, handelen uit liefde.
De grootste misdadigers, handelden uit een gebrek eraan.
Alles hangt uiteindelijk samen met liefde. Liefde is de enige oplossing.

Het mooie is ook dat als alles om liefde draait, je onmogelijk je geloof voor je eigen egoïstische verlangens kunt ‘gebruiken’. Liefde gaat namelijk nooit ten koste van een ander. Daar waar christenen nog wel eens denken dat ze tegen personen kunnen bidden of dingen van God vragen die hen bevoorrechten op een ander (of een ander benadelen), leert een leven uit liefde mensen om zelfs de ergste vijanden lief te hebben en te zegenen. Want laten we eerlijk zijn, hoeveel oorlogen en conflicten komen niet voort uit religie en het idee dat God onze groep bevoorrecht? Christenen hebben de naam tegen andersdenkenden te bidden, tegen ‘foute’ politici te bidden, zich tegen homoseksualiteit en homohuwelijk uit te spreken, tegen Jomanda en paranormaalbeurzen te strijden, tegen moslims en islamisering te zijn, enzovoorts. Liefde echter heeft de potentie mensen in ware vredestichters te veranderen.

'Satan', ‘geesten’ en ‘demonen' zijn personificaties van wat in mensen zelf zit
Ik geloof niet meer in satan, en ook niet meer in geesten en demonen – dat zijn allemaal personificaties van dingen die in mensen zelf zitten. Het zijn mythische concepten uit de oudheid. Toen ik nog geloofde in demonen zag ik ze overal en ervoer ik ze overal, nu ik er niet meer in geloof is dat allemaal verdwenen: het zat gewoon tussen mijn oren. Het enige wat bestaat is wijzelf met onze geest ziel en lichaam, met allemaal energieën die we uitstralen die ofwel recht uit de Bron komen en zuiver en licht zijn, ofwel zich ophouden in de schaduwen van onze ziel, waar verwonding en trauma zich ophopen en kunnen veranderen in haat en allerlei andere destructieve patronen en knopen, en die alleen genezen kunnen worden door liefde. Ik vind het hoe langer hoe vreemder dat ik altijd verklaringen zocht in externe entiteiten, terwijl goed en kwaad mogelijk simpelweg een beslissing van mensen zelf zijn, beslissingen die leiden tot slechte of juist gezonde patronen.

Zelfs in het natuurlijke zien we dit. Je hebt een zon die licht brengt, en je hebt duisternis. Duisternis is niet een entiteit of kracht op zichzelf, het is simpelweg schaduw, het is afwezigheid van het zonlicht omdat iets het bedekt of tegenhoudt. We hebben geen ‘satan’ nodig om het kwaad te verklaren. Net als in het natuurlijke hoeft er geen ‘bron’ van het kwaad te zijn. Kwaad is geen kracht in zichzelf, maar het gevolg van afwezigheid van het goede. Haat is de afwezigheid van liefde. Haat is de schaduw die geworpen wordt wanneer men zich verschuilt voor liefde.

Onze menselijke geest is, denk ik, van nature een kanaal van het goddelijke, maar bij velen is dat kanaal verstopt of zelfs bedekt met puin of zand. De oplossing is niet ‘christen worden’, want dat verandert zulke patronen niet per definitie. De oplossing is liefde aanvaarden en liefde gaan uitwandelen. En dit is een geobserveerd fenomeen: mensen die getraumatiseerd, verwond en zelfs compleet verknipt zijn door gebrek aan liefde, kunnen enkel genezen als ze geliefd worden.

Samenvattend
Het is opvallend dat het idee van een ‘goddelijke geest’ of ‘goddelijk bewustzijn’ in het diepe binnenste van de mens terug te vinden is in bijna alle religieuze en spirituele stromingen op aarde – ook het christendom. Dat overal op aarde dit concept ‘ontdekt’ is brengt mij tot de conclusie dat Gods ‘geest’ in ieder mens aanwezig moet zijn, dat Gods energie in mensen universeel is, maar we het ons simpelweg bewust moeten worden en er connectie mee moeten gaan vinden. Kortom: God is groter dan religie, groter dan het christelijk geloof. God is liefde, en liefde is zijn werkende kracht.

Toch was er voor mij nog een heikel punt: geestelijke en mystieke ervaringen.
Ik meende altijd dat de 'bovennatuurlijke ervaringen' die 'wij' als christenen kenden (en die vooral in de charismatische en pinksterstroming veel voorkomen) een 'bewijs' waren van dat God 'met ons' was, en dat het christelijk geloof de waarheid was. Ik ben in mijn geloofsleven vaak getuige geweest van mystieke ervaringen, onverklaarbare en zichtbare genezingen en andere bijzondere dingen, die ik niet zomaar kan afdoen als psychologisch. Ook heb ik zelf met grote regelmaat dromen gehad die op voorhand iets aankondigden, soms zelfs tot in detail. Als het christendom niet 'de waarheid' was, hoe kon ik dan die spirituele ervaringen verklaren?

Op deze vraag zal ik ingaan in het volgende hoofdstuk: Bovennatuurlijke ervaringen.

 
 
© Tjarko Evenboer