WAAROM IK HET CHRISTELIJK GELOOF VERLAAT
3. STRAFVERZOENING, HEL EN EEUWIG OORDEEL

In de vorige hoofdstukken beschreef ik hoe ik langzaam maar zeker tot de conclusie kwam dat het Oude Testament geen 'boek van God' kan zijn: het kent een amoreel en opvliegerig Godsbeeld, het kent een evolutie die parallel loopt aan de religieuze ontwikkeling van Israël en de omliggende volken, en het bevat alle kenmerken van een gebrekkig, door mensen geschreven geschrift. Maar lange tijd hield ik nog vol dat het Nieuwe Testament anders was.

Jarenlang heb ik geloofd en verkondigd dat Jezus kwam om God te openbaren zoals Hij werkelijk is – dat Hij ook de onduidelijkheid opruimde die in het Oude Testament nog aanwezig was. Want, zo redeneerde ik: niemand heeft God ooit gezien, ook de schrijvers van het OT niet, maar Jezus heeft hem bekend gemaakt. Mozes bracht de wet, maar de waarheid en genade werden pas zichtbaar in Christus. Hij is de incarnatie van God, die alle onduidelijkheid over God wegneemt. Wie hem ziet, ziet de Vader die eertijds verborgen was. Hij maakt de onzichtbare God zichtbaar. Daarom spreekt Jezus het OT ook regelmatig tegen, zet hij het op meerdere plaatsen recht, noemt hij de geest van oordeel achter de wet zelfs een verkeerde geest, enzovoorts. Op de berg van verheerlijking vervagen Mozes en Elia (de wet en profeten), maar blijft Jezus alleen achter en zegt God: hoor naar Hem. Het klonk allemaal prachtig, en was voor een lange tijd een enigszins bevredigende oplossing.

Maar ook dit idee kon ik niet rijmen met talloze nieuwtestamentische teksten en ideeën, die even gruwelijk zijn als de ‘gruwelteksten’ in het Oude Testament. Dat wat geldt voor de gruwelen in het Oude Testament, geldt in feite net zo goed voor de ‘gruwelen’ in het Nieuwe Testament.

Jezus die sterft om onze 'straf' te dragen
Zo kreeg ik een steeds grotere moeite met het idee van ‘strafverzoening’. Zoals iedere christen verkondigde ik altijd dat ‘Jezus kwam om de straf te dragen die wij hadden moeten krijgen’. Maar ik begon dit langzaam maar zeker een steeds raarder idee te vinden. We zeggen in feite dat God de mens wil doden, dat hij niet ‘zomaar’ vrijelijk kan vergeven, dat er per se bloed moet vloeien voordat hij vergeven kan, en dat hij vervolgens nog liever zijn eigen zoon opoffert om in plaats van de mens te sterven dan dat hij gewoon vergeeft. Blijkbaar wil deze God per se dat er iemand pijn lijdt voor wat hem is aangedaan.

Allereerst zien we hierin dat het Nieuwe Testament feitelijk dezelfde God kent als het Oude – namelijk de God die bloedvergieten als belangrijkste oplossing ziet voor alles – maar het meest erge is: ‘strafverzoening’ in de klassieke zin zou helemaal geen vergeving zijn, maar afbetaling. Het zou in feite betekenen dat God niet kan vergeven. Dat hij zo wettisch is dat hij zélf een offersysteem instelt (nota bene alleen voor Israël, de rest van de wereld wist van niets) en vervolgens de gehele mensheid niet meer kan vergeven zonder dat er iemand een gruwelijke dood sterft. Wat erin resulteert dat hij nog liever zijn eigen zoon straft en zijn oordeel op Hem giet in hun plaats van dat hij gewoon ‘vergeeft’ zoals de meeste mensen dat wél kunnen. Wederom zien we een God die minder genadig en goed is als de meeste mensen. Het evangelie van de strafverzoening is het evangelie van de God die niets verschilt van al die heidense goden die bloedoffers eisen.

Vanwege mijn problemen met deze zaken begon ik mij jaren in te lezen in verschillende visies op verzoening in de kerkelijke geschiedenis op dit gebied. Ik begon te geloven dat de ‘strafverzoeningsleer’ zoals Calvijn die populariseerde afweek van de verzoeningsleer van de vroege kerk (de Christus Victor leer, die zegt dat Jezus niet kwam om ons te bevrijden van de straf van God, maar van de overheersing van satan, en die het accent legt op ‘incarnatie’: in Jezus zien we de onzichtbare God die zichzelf opoffert voor de mens). Lange tijd kon ik mij hier aan vast houden. Ik las boeken hierover en liet me inspireren door christenen die dit gedachtegoed uitdroegen, zoals Bradley Jersak en Brian Zahnd. Ik vond het een tijdlang bevredigend idee. Maar er bleef iets knagen, want hoe mooi deze interpretatie van het evangelie ook is; er zijn ook Bijbelteksten te vinden die het tegenovergestelde lijken te suggereren. Ook Jezus deed uitspraken waarin oordeel en wraak centraal staan.

Wederom ontdekte ik dat ik slechts aan mijn 'moreel acceptabele' interpretatie kon vasthouden door selectief met de Bijbel om te gaan. Want de Bijbel in zijn geheel is compleet geobsedeerd door de concepten ‘wraak’, 'vergelding' en ‘oordeel’: van het Oude Testament tot aan Openbaring.

En het belangrijkste van alles: hoe kan zo’n liefdevolle, zelfopofferende God dan aan het einde een ‘hel’ bereid hebben waar zielen voor eeuwig in gekweld worden? Dat idee kón gewoon niet kloppen.

Het idee van een eeuwige hel
Al heel lang was het voor mij onbegrijpelijk hoe een rechtvaardige God gelukkig zou kunnen zijn met het feit dat miljoenen of miljarden zielen voor eeuwig zouden lijden voor wat ze in een kort mensenleven gedaan hebben – helemaal als je je realiseert dat iedere ‘zondaar’ zo geworden is door zijn opvoeding of dingen die hij heeft meegemaakt. Niemand is slecht of verdorven geschapen – iedereen die slecht is, is zo geworden door dingen in het leven. Zelfs mensen die enorm verhard en verduisterd zijn, zijn niet zo gemaakt; ze zijn zo geworden door opvoeding, trauma of liefdeloosheid.

Veel christenen geloven werkelijk dat mensen in de hel tot in eeuwigheid, iedere minuut van de dag, gepijnigd worden door vlammen, maar nooit volledig vernietigd worden, waardoor de pijn en ellende tot in eeuwigheid aanhoudt. De straf zal dus nooit ophouden; ze worden tot in eeuwigheid gestraft voor datgene wat ze in hun korte aardse leven hebben gedaan. Als dát is hoe een genadige God het probleem van zonde oplost, dan vraag ik me af hoe een niet-genadige God het zou doen.

Ik heb behoorlijk wat onderzoek gedaan, maar ben in geen enkele heidense religie een gruwelijker en sadistischer idee van het hiernamaals tegengekomen dan de christelijke visie op de hel. Laten we eerlijk zijn: hoe kunnen we de Holocaust bestempelen als de grootste misdaad in de geschiedenis en Hitler als het grootste monster dat ooit bestaan heeft, en tegelijkertijd geloven dat de eeuwige hel onderdeel uitmaakt van het evangelie van Jezus Christus en de liefdevolle Vader?

Ik kon een jaar of tien geleden nog wel geloven in de traditioneel-christelijke visie op de hel, maar sinds ik zelf kinderen heb ben ik voorgoed genezen van dat idee. De liefde die ik voel voor mijn kinderen overtuigt me ervan dat een echt liefdevolle en vaderlijke God onmogelijk zijn schepping kan verwerpen. Hij blijft van mensen houden en zal, zelfs als ze hem niet willen kennen, voor hén door het vuur blijven gaan. Bovendien: als God de bron van ieder mens is, en hij volmaakte liefde is, dan hoeft hij toch alleen maar zijn oneindige liefde aan mensen te laten zien om hen in één seconde volledig te genezen en herstellen en veranderen?

Enkele redenen waarom ik onmogelijk in het traditioneel-christelijke idee van een hel kon blijven geloven:

  • Het zou betekenen dat Gods genade beperkt is tot een mensenleven. Dat is allereerst ongelofelijk onrechtvaardig aangezien de één 18 jaar in Iran leeft en de ander 95 jaar in Amerika. Maar vooral is het idee dat de genade na dit leven over is, niet eens Bijbels - zijn genade is voor eeuwig, zegt de Bijbel. Zijn boosheid is slechts tijdelijk, zegt de Psalm, maar zijn genade en goedheid zijn voor eeuwig. Geloven in een eeuwige toorn is daarom per definitie onbijbels, want eeuwig oordeel kan niet bestaan naast eeuwige genade. Het één zal het ander beëindigen. Een trouwe God zal tot in de eeuwigheid de verloren schapen zoeken. Geen enkele goede herder kijkt op zijn horloge en zegt tegen het verloren schaapje: jammer, je bent niet op tijd naar mij terug gekomen, nu is het te laat en duw ik je nog verder de prikkels in.
  • Het Oude Testament noemt nergens een eeuwige hel. Straf was onder de wet altijd verbonden aan het leven op aarde; nergens zegt de wet dat de sanctie voor ongehoorzaamheid een eeuwige marteling na de dood is. Het is een absurd idee dat een liefdevolle God – die wil dat iedereen behouden wordt – mensen niet op voorhand inlicht over de eeuwige consequenties van ongehoorzaamheid.
  • Een eeuwige hel zou betekenen dat God met hardnekkige onvergevingsgezindheid kampt. Hij zal weigeren om de zielen die onder tranen om genade smeken, genade te geven! Maar dat kan niet. Jezus zei dat als wij onze vijanden vergeven, we doen wat de Vader doet! Jezus vergaf zelfs de misdadigers aan het kruis. De Bijbel zegt dus dat God zelf zijn vijanden vergeeft. Het idee dat God een mens niet kan vergeven als deze op aarde niet op tijd de juiste inzichten kreeg, is absurd.
  • Het idee van de hel is in strijd met wat ‘vergeving’ betekent. Als ik ruzie met mijn buurvrouw heb, kan ik ervoor kiezen haar te vergeven. En zij kan kiezen of zij die vergeving accepteert of niet. Als ze de vergeving accepteert, zal het haar ook vrijmaken van haar wrok en boosheid. Verzoening geneest namelijk! Maar ze kan er ook voor kiezen mijn vergeving niet te accepteren. Verandert dat iets aan mijn vergeving? Nee! Of zij mijn vergeving wel of niet accepteert verandert niets aan de vergeving die ik háár heb gegeven. Ik ga die vergeving ook niet terugtrekken als ze hem niet wil. Dat zou hypocriet zijn. Waarom denken we dan in vredesnaam dat een God wél zo handelt, dat hij pas vergeeft als we die vergeving accepteren, en hem anders terugtrekt? Het klopt gewoon niet. Daarbij: het is een absurd idee dat God alleen mensen zal toelaten tot het eeuwige leven die tijdens hun korte leven hier op aarde een verstandelijke leer geaccepteerd hebben – namelijk het evangelie.
  • Eeuwige straf lost niets op. Alle ‘zondaars’ zijn zelf ook slachtoffers en hebben genezing nodig, niet bestraffing. Geen mens is door God als zondaar geschapen; zelfs de ergste misdadigers zijn zo geworden doordat ze gebrek aan liefde gehad hebben. God straft mensen niet voor eeuwig voor iets wat ze in een kort leven hebben gedaan.
    Daarbij: als we de Bijbel geloven, zouden de mensen die in ‘de hel’ belanden allemaal misleid zijn. Want geen enkel mens die God ziet zoals hij is – de ultieme Liefde en Bron van hun bestaan – zal hem toch weigeren? Mensen weigeren God dan alleen omdat ze hem nog niet gezien hebben zoals Hij is. Ze verwerpen God hier op aarde omdat ze de waarheid niet zien. God gaat mensen toch niet straffen omdat ze verkeerd geïnformeerd waren over hem? Wat zou het nut zijn om mensen eeuwig in vuur te verbranden voor het niet-weten van de waarheid tijdens hun korte leven op aarde? Als een aardse vader zijn kinderen zou verbranden – heel langzaam zodat ze extra lang gepijnigd worden – zou hij levenslang de cel in gaan. Het is gestoord te denken dat God zo’n psychopaat is.
    Het enige wat vrucht zou hebben is dat God zijn liefde over de zondaars zou uitstorten, zichzelf zou openbaren zoals hij echt is, net zo lang tot ze Hem willen omarmen. Dat is ook wat een echte vader zou doen. Als mensen mijn kinderen zouden wijsmaken dat ik een ontiegelijke klootzak ben die hen haat, dan zal ik het toch niet in mijn hoofd halen mijn kinderen te gaan STRAFFEN omdat ze misleid zijn over mij?! Welke vader doet dat? Ik zou ze omarmen, ik zou alles, alles doen om mijn liefde over hen uit te gieten in de hoop dat hun hart zich terugkeert naar mij. Als er een God is, dan moet hij zó zijn. Een God van liefde vergeldt kwaad niet met kwaad. Een God van liefde overwint het kwaad met liefde.
    Kortom: eeuwige straf lost niets op. Alleen een narcistische wraakzuchtige tiran als Saddam Hussein vindt ‘bevrediging’ in de pijniging van zijn vijanden, de Echte God kan niet zo zijn. Een Echte God kan onmogelijk baat hebben bij vergelding en wraak.
  • Het zou betekenen dat God aan de schepping begon, wetende dat miljarden eeuwig zullen lijden.
    St. Isaak de Syriër (zesde eeuw n.C.) schreef: “Het is niet geloofwaardig dat een liefdevolle Schepper rationele wezens schept om hen vervolgens zonder genade over te leveren aan oneindig leed en bestraffing voor dingen waarvan Hij al voordat ze geschapen werden wist dat ze die zouden begaan; dat Hij al voordat hij hen schiep wist hoe Zijn schepselen zouden worden, en Hij ze niettemin toch schiep.” Inderdaad; het zou betekenen dat de Schepper van het universum wezens heeft geschapen ‘uit liefde’, wetende dat het grootste deel van hen voor eeuwig gestraft zal worden voor wat ze verkeerd doen. Ze zijn dus geschapen om voor eeuwig afgrijzen te ervaren. Ze hebben nooit zelf gekozen om te leven, ze kwamen op aarde zonder gebruiksaanwijzing en werden nooit ingelicht over de sancties van zonde, maar zullen wel voor altijd en eeuwig pijniging en straf ondergaan. Behalve dan degenen die op aarde ‘Jezus hebben aangenomen’, die krijgen ineens een andere behandeling en worden omringd door intense liefde tot in alle eeuwigheden. Dit kan gewoon niet waar zijn!
  • Het maakt van God de apathische verliezer en van Satan de grote winnaar. Want hoewel ‘de heiligen’ voor eeuwig bij God zijn in de hemel, heeft Satan onder de streep gewonnen. Het is hem gelukt om de hele schepping naar de kloten te helpen door miljarden zielen te misleiden. Hij heeft voor elkaar gekregen dat de kroon op Gods schepping grotendeels vernietigd is, doordat miljarden mensen niet hun door God bedachte doel en bestemming zouden bereiken. Het plan van God is blijkbaar niet goed genoeg - of zijn liefde niet krachtig genoeg - om de mensen die misleid zijn bij hem terug te krijgen. Dat evangelie is een evangelie dat geen evangelie is, maar een tragedie. Ik vind dat een verschrikkelijk idee. Van de echte God zou je mogen verwachten dat zijn plan perfect is, in ieder geval beter dan dit.
    ‘Ja, maar de hel is ook niet Gods wil, het is satans wil, God wil mensen juist uit de hel halen’, is dan vaak het argument. Maar dat argument maakt het alleen maar erger. Dan zeggen we dus dat de almachtige God, die het leven schiep, niet in staat is te winnen van een Satan. Dat Hij niet in staat is mensen uit misleiding over Hem weg te trekken. Het maakt van Satan God, want Satan bepaalde de loop van de geschiedenis, de ultieme bestemming van de mens, en God stond erbij en keek ernaar.
    Aangezien God de schepper van de ziel van mensen is zou Hij op zijn minst kunnen beslissen dat de ziel die gezondigd heeft vernietigd wordt in plaats van eeuwig weg te kwijnen (dat is, overigens, wat ‘annahilationisten’ geloven – dat verloren zielen simpelweg vernietigd worden in het vuur, maar ik vind ook dat onbevredigend, want nog altijd zal satan uiteindelijke de Grote Overwinnaar zijn die het plan van miljoenen mensen heeft weten te vernietigen.) Het christendom zegt dat je Jezus in je hart moet uitnodigen om naar de hemel te gaan, maar je hoeft niet Satan in je hart uit te nodigen om naar de hel te gaan, dát gaat automatisch. Het zou het werk van de ‘laatste Adam’, Christus, vele malen zwakker maken dan het werk van de ‘eerste Adam’, want Adam bepaalde in één klap automatisch het lot van de totale mensheid of ze nou willen of niet (‘erfzonde’ genaamd) maar Christus’ werk zou alleen invloed hebben op een kleine groep mensen die er bewust voor kiezen. Satan lijkt meer macht dan God te hebben. Ik weiger zoiets abjects te geloven, als ik al iets geloof, als er al een God is, dan zal diens wil gebeuren en zijn plan volledig werkelijkheid worden – dan zal iedere ziel tot zijn bestemming komen.
  • Het idee van een eeuwige hel is sadistisch. Het idee dat mensen na alles wat ze hier op aarde door moeten maken zelfs na hun dood nog gepijnigd en gemarteld worden, en dat die pijniging voor eeuwig aan zal houden, nooit op zal houden, en er ‘geen uitweg’ meer is en geen mogelijkheid tot bekering, is een diabolische theologie, een ongekend meedogenloos idee dat de ergste sadist nog niet bedenkt.
  • Het druist in tegen de belangrijkste gelijkenissen van Jezus. Jezus wijdde drie gelijkenissen aan hoe God handelt naar ‘verlorenen’: hij is a) als de vader die dolgelukkig is als zijn verloren zoon terugkeert uit de misleiding, en b) de herder die de 99 veilig schapen verlaat om de ene die in de ellende zit te redden, en c) degene die blijft zoeken tot hij het ene verloren muntje gevonden heeft. Geen van deze gelijkenissen vermeldt een tijdslimiet of suggereert dat God na iemands dood ineens zijn genade verloochent en verandert van een herder in een tiran. Dus zelfs als je gelooft dat ‘de hel’ nooit ‘Gods bedoeling was maar dat de duivel mensen nou eenmaal vasthoudt in misleiding’, dan nóg: houdt hij dan niet genoeg van de mens om door het vuur heen te gaan voor hen en hen uit de klauwen van misleiding te redden?
  • Hel en verdoemenis zijn een voedingsbodem voor geloof uit angst. In Amerika zag ik evangelische kerken die op warme dagen een bord buiten hadden staan: “Hot? Hell is hotter.” – gevolgd door een oproep tot bekering. Mensen die op zo’n basis God aannemen kunnen naar mijn idee geen gezond Godsbeeld ontwikkelen. Ze zullen altijd denken dat ze moeten voldoen en kunnen nooit aanvaarden dat ze geaccepteerd worden om wie ze zijn, niet om wat ze doen. En dit Amerikaanse voorbeeld is misschien een exces, maar het komt in mindere mate bij miljoenen christenen voor! Ik geloof oprecht dat heel veel christenen hun God ten diepste niet dienen uit liefde, maar uit angst voor de gevolgen als ze niet geloven. Anders gezegd: als de hel niet gepreekt zou worden en er nergens in de Bijbel iets zou staan over straf en toorn, zouden veel christenen ophouden met het geloof. En dan denk ik: God wil toch niet werkelijk dat mensen hem liefhebben uit angst? Dat mensen hem volgen omdat ze bang zijn voor wat er anders gebeurt? Als vader zou ik ‘heartbroken’ zijn als mijn kinderen me op die basis zouden liefhebben.
    De vraag is ook: kun je überhaupt iemand liefhebben die je dreigt met gruwelijke straf als je hem niet liefhebt? Is de liefde die de meeste christenen voor God voelen echte liefde of een soort collectief Stockholmsyndroom? Hoeveel verschilt de christelijke visie op God van een manipulatieve echtgenoot die zijn vrouw lieve woordjes toefluistert waarop ze hem vol vrees liefheeft, enkel uit angst voor de klappen die ze krijgt als ze dat niet doet, en omdat ze weet dat als ze hem verlaat hij haar leven zal verwoesten? Zo kan de echte God niet zijn.
  • Het maakt God een ergere tiran dan de koning van Babel. Als God werkelijk mensen in een eeuwig hellevuur zou werpen, zou hij erger zijn dan koning Nebukadnezar van Babel, die alle mensen die niet voor Hem wilden buigen in de vurige oven wierp. Nee, de echte God moet wel anders zijn.

Ik vind het verbazend dat zo weinig christenen vraagtekens zetten bij het idee van een hel. Christenen geloven met de mond in een ‘God van liefde’ maar hebben verder schijnbaar geen moeite met het idee dat die God tegelijkertijd 99% van de mensheid heeft geschapen wetende dat ze voor eeuwig in de hel zullen zijn, dat Hij passief huilend toekijkt hoe satan het grootste deel van zijn schepping geroofd heeft en blijkbaar niet sterk of krachtig genoeg is die mensen terug te winnen omdat hij zelf nou eenmaal wetten heeft ingesteld dat ze maar een beperkte tijd hebben om een keus te maken.

Soms krijg ik het idee dat christenen simpelweg baat hebben bij de gedachte dat niet-gelovigen zullen lijden. Christenen voelen zich vaak onbegrepen, gediscrimineerd, uitgelachen. Ook hebben ze vaak het gevoel dat ze zo hun best doen heilig en puur te leven en daarvoor zoveel dingen opofferen, terwijl mensen uit ‘de wereld’ er maar gewoon op losleven. Het idee dat jij straks een hemel binnen zal gaan en ongelovigen een hel, kan een verwrongen gevoel van ‘gerechtigheid’ of ‘vergelding’ geven ten opzichte van al die mensen die jou en je geloof nu niet serieus nemen.

Het idee dat je maar één kans krijgt in dit korte en vaak pijnlijke leven in dit verwarrende onbegrijpelijke universum waarin iedereen slechts kan gissen wat de waarheid is, en dat die kans vervolgens je eeuwige bestemming bepaalt, is idioot. Ik geloof niet langer dat de Schepper van dit universum zó oneindig onredelijk en wreed is om een scenario te creëren dat zo oneerlijk is.

Mijn poging mijn geloof te redden met universalisme
Hoe dan ook: om mijn problemen met ‘de hel’ op te lossen raakte ik enkele jaren geleden overtuigd van het ‘universalisme’: het geloof dat God tot in eeuwigheid de verlorenen zal blijven zoeken, en dat iedere ziel ooit tot God zal komen. Ik ontdekte dat het universalisme – dat tegenwoordig fel wordt verketterd – in de eerste 400 jaar van het christendom de dominante orthodoxe leer was. Een groot deel van de kerkvaders geloofde in of koesterde de hoop op universele redding – de leer werd in ieder geval niet gezien als een dwaling.[1] Vier van de vijf heersende theologische stromingen in het vroege christendom waren universalistisch; de enige theologische school die eeuwig oordeel predikte was de stroming die in Rome ontstond – en dat is veelzeggend aangezien vanuit Rome het Rooms-Katholieke geloof zich ontwikkelde.

Ik ontdekte dat er talloze teksten in het Nieuwe Testament te vinden waren waar staat dat allen tot Jezus getrokken zullen worden. Zoals in Adam ALLEN stierven, hoeveel te meer zullen in Christus, de Laatste Adam, ALLEN levend gemaakt worden, zegt Paulus. ‘Het is Gods wil dat ALLEN tot waarheid komen’, staat er, en ‘Gods wil zal geschieden’. En Jezus zegt vlak voor zijn kruisdood: ‘nu is het moment aangebroken dat het oordeel over de wereld plaatsvindt, en nu is het moment aangebroken dat de vijand buitengeworpen zal worden, vanaf nu zal ik ALLEN tot mij trekken, zoals de vader mij de opdracht heeft gegeven’. Jezus zegt dus dat de Vader hem de opdracht heeft gegeven ALLEN tot zich te trekken. En de Bijbel zegt ook dat Jezus wacht totdat het plan dat de Vader hem gaf voleindigd is.

In Openbaring staat dat terwijl er zielen in het Hemelse Jeruzalem zijn, de zondaars buiten haar poorten zijn, maar er wordt vervolgens gezegd dat de poorten van het Hemelse Jeruzalem nooit gesloten zullen worden, en dat de Geest en Bruid blijven roepen: ‘kom tot het levende water en drink het om niet’. Ik had er altijd overheen gelezen, maar er stond duidelijk dat de mensen die daar in duisternis zijn, voor altijd genodigd zullen blijven worden om tot God te komen. De vroege kerk kende dit als het idee van de ‘Apocatastasis’ - het herstel of restitutie van ALLE dingen, inclusief alles wat ooit geschapen was. Ik vond dat een heel bevredigend idee. Ik begon de hoop te koesteren dat de hel ooit leeg zal zijn, en dat God dan ‘alles in allen’ zal zijn. ‘Uiteindelijk zal iedere knie zich buigen voor Hem en zal iedere tong belijden dat Hij heer is’, zegt Paulus. En dat moet wel een vrijwillig buigen zijn, want God dwingt volgens dezelfde Bijbel niemand om hem te aanbidden.[2] Gods liefde moet wel sterker zijn dan zonde, sterker dan de dood, sterker dan misleiding – zo redeneerde ik.

Als er al een ‘hel’is, zo begon ik te geloven, dan is het een plaats (zoals C.S. Lewis ook beschrijft in De Grote Scheiding) waar mensen terechtkomen die God per se niet willen aannemen; en God zal dan net zo lang aan hun harten blijven trekken tot ze zich aan hem toevertrouwen. Zei Jezus niet zelf dat God degene is die de 99 veilige schapen verlaat en het ene verloren schaap zoekt net zolang tot hij het terugbrengt bij de anderen?

Universalisme schiet tekort, want ook het Nieuwe Testament is bipolair
Het universalisme was jarenlang voor mij een goede oplossing voor mijn problemen met de Bijbel. Ik geloofde dat Jezus uiteindelijk openbaarde dat God al-vergevend is en al-herstellend is, en dat – als er al en hel zou zijn – mensen er alleen zijn omdat ze (nog) niet tot het licht durven of kunnen naderen, en dat iedere ziel de hel uiteindelijk ook weer zal verlaten en tot God terug zal keren.

Maar… hoe graag ik het ook wilde geloven; net als bij mijn problemen met het Oude Testament, kwam ik erachter dat de universalistische visie geen werkelijke oplossing biedt, aangezien de Bijbel zichzelf hopeloos tegenspreekt. Een God van radicale genade en liefde is een God waar ik in zou willen geloven, en een God die ik ook zeker in sommige Bijbelteksten tegenkom, maar niet de God van de Bijbel in zijn volheid. Want tegenover de vele tientallen teksten die universalisme ondersteunen kan iemand anders weer 10 teksten zetten die een eeuwig oordeel lijken te onderschrijven.

Want de Jezus die beweert dat hij blijft zoeken tot hij het verloren schaapje gevonden heeft, zegt op een ander moment dat hij tegen mensen zal zeggen: "Ga weg van mij, naar het vuur dat voor de duivel en zijn engelen is bereid, ik heb jullie nooit gekend" (Matteüs 25:41).

En hoe geweldig Jezus ook is in wat Hij laat zien aan het kruis, in hoe hij omgaat met zondaars, hoe Hij herstelt en liefheeft – diezelfde Jezus zal volgens de Bijbel op een bepaald moment geen genade voor mensen meer hebben en hen verwerpen. De Jezus die ons zegt ‘onze vijanden te vergeven’ is ook de Jezus die uiteindelijk zijn eigen vijanden niet zal vergeven. In Lukas 19:27 zegt Jezus zelfs letterlijk dat zijn vijanden, die hem niet als koning willen, gedood moeten worden! Dezelfde Jezus die als nederige Vredevorst op een ezel Jeruzalem binnenrijdt zien we aan het einde van de Bijbel op een wit paard uit de hemel komen, oorlog (!!) voeren, oordeel brengen en met woedende toorn van God de wijnpers treden waar het bloed van de goddelozen aan alle kanten uit zal stromen (Openbaring 19). Kortom: de gruwelen houden niet op na het Oude Testament. Ook het Nieuwe Testament is hoogst tegenstrijdig als het gaat om godsbeeld. Het Nieuwe Testament openbaart Gods karakter enerzijds als liefdevol en genadig, maar eindigt met Openbaring, waarin enorm veel geweld, oordeel en dood namens God voorkomt.

Christenen lossen dit vaak op door te zeggen dat Jezus zowel het Lam is als de Leeuw, waarmee ze feitelijk zeggen dat hij genadig en liefdevol is, maar ook een overwinnende strijder en brenger van oordeel. Maar dat vind ik een hopeloos zwak argument. God kan niet in zichzelf verdeeld zijn. Of God zoekt goddelozen en zondaars op om hen zijn liefde te tonen zodat ze genezing en herstel kunnen ontvangen, óf hij komt om de goddelozen en zondaars te oordelen. Het idee dat God nu een tijdlang genadig is en straks ineens met gruwelijk oordeel komt, ondergraaft het hele idee dat Gods natuur genadig en liefdevol is. Erger nog: het zegt in feite dat hij tijdelijk genadig en liefdevol is, maar dat zijn ware aard en doel oordeel en vernietiging is. Het zegt dat Gods goedheid en genade slechts kort zijn, maar zijn oordeel en woede voor eeuwig zullen blijven bestaan!

Toch is dit wat het NT – net als het OT – vertelt: dat God verdeeld is, dat hij zowel een herstellende als een vernietigende natuur heeft. Jezus heeft twee gezichten, net zoals de Griekse god Janus. We denken bij Jezus vaak aan zijn liefde en genade, aan hoe hij de overspelige vrouw in eer herstelt, hoe hij de zondaars opzoekt. Maar als het erop aankomt lijkt Jezus helemaal niet zoveel te verschillen van de oordelende God uit het Oude Testament. Jezus hamert er voortdurend op dat wie zich niet bekeert, een erger lot te wachten staat dan Sodom en Gomorra, dat het beter is zonder armen de hemel in te gaan dan met armen de hel in wanneer deze je tot zonde verleiden en dat wie zijn broeder uitscheldt of met onreine ogen naar een vrouw kijkt al de hel in zal worden geworpen. En ik weet dat deze teksten volgens sommigen vooral bedoeld zijn om de Farizeeërs te confronteren met het feit dat ze genade nodig hebben omdat hun werken hen niet kunnen redden, maar feit is dat dit niet blijkt uit de tekst – het is inleg, het is een poging om Jezus’ woorden te verzachten.

Bovendien is Jezus nog precies dezelfde oordeel-brenger in Openbaring: hij voert oorlog tegen dwaalleraars (Op 2:16), brengt rampspoed over christenen die onreinheid begaan (vers 22), zal de kinderen van Jezebel door de dood ombrengen (vers 23), zal de heidenvolken onder zijn macht brengen en heeft van de Vader expliciet macht gekregen hen te verbrijzelen als kruiken (vers 27), zal zelfs voor christenen die niet waakzaam zijn komen in oordeel (3 vers 3) en zal hen die lauw zijn uitspugen (3:16). We kunnen de ‘lieve’ teksten van Jezus uit de evangeliën vissen en doen alsof dát de ‘echte Jezus’ is, maar de Jezus die we in het NT in volheid zien is een Jezus die nooit helemaal te vertrouwen is, wiens relatie met ons uiteindelijk niet op genade is gefundeerd maar op onze eigen goedheid en volharding, wiens bescherming voorwaardelijk is, en waarbij je altijd op je hoede moet zijn of je wel ‘waardig genoeg bent’ (Openbaring 3:4). Precies zoals de God in Exodus, dus.
De vooraanstaande bijbelwetenschapper J.D. Crossan heeft hier lijvige theologische werken aan gewijd. Hij zegt: "Er zijn twee conflicterende beelden van God in de Bijbel: één die onvoorwaardelijke liefde en genade biedt aan de gehele mensheid, en een die dreigt met oordeel, straf en vergelding. Mensen nemen vaak aan dat de dreigende God de God van het Oude Testament is, en dat Jezus later de werkelijkheid openbaarde. Maar dezelfde contradictie zien we in de evangeliën en de andere delen van het Nieuwe Testament."[3]

Kortom: hoe graag ik ook wilde dat het universalisme een oplossing zou bieden voor het wraakzuchtige en onredelijke ‘heilsplan’ van God in de Bijbel, het werkt niet. Het universalisme is, zo moet ik nu concluderen, niet meer dan een eeuwenoude wanhopige poging van christenen om de overduidelijke geest van oordeel, wraak en gruwelijkheid in de Bijbel weg te redeneren, door selectief met Bijbelteksten om te gaan. Maar de Bijbel in zijn volheid spreekt zichzelf hopeloos tegen, omdat het helemaal geen goddelijk boek is, maar een boek vol menselijke, contradicterende ideeën over God en het hiernamaals. Het is niet voor niets dat we 40.000 christelijke denominaties hebben die allemaal een andere ‘waarheid’ uit de Bijbel destilleren, want de Bijbel vertelt geen eenduidig verhaal.

Ik ben tot het inzicht gekomen dat de Bijbel een menselijk boek is waar iedereen een andere waarheid uit destilleert. Een boek zo cryptisch dat er 40.000 kerkelijke denominaties konden ontstaan met grote theologische verschillen, en toch zijn alle christenen unaniem in hun overtuiging dat zij het juist zien en de rest in een dwaling gelooft. Voor letterlijk iedere mogelijke theologische visie is wel een handjevol teksten te vinden om het te onderbouwen en andersdenkenden mee om de oren te slaan. Dit is de reden dat er futurisme, preterisme, pre-, post- en midtribulationisme, premillenialisme, amillenialisme, katholicisme, protestantisme, calvinisme, lutheranisme, evangelicalisme, post-evangelicalisme, trinitarianisme, docetisme, eutychianisme, apollinanisme, arianisme, arminianisme, literalisme, subordinationisme, jonge-aarde creationisme en oude-aarde creationisme, theïstisch evolutionisme, dispensationalisme, universalisme en annihilationisme bestaan – stromingen die stuk voor stuk vol overtuiging beleden worden door mensen die beweren dat ze ‘de Bijbelse waarheid’ geloven. De Bijbel zingt ieder liedje dat jij hem wil laten zingen! Je kunt de teksten van jouw voorkeur eruit vissen en de rest negeren et voilà, je hebt je standpunt ‘Bijbels’ onderbouwd.

Uiteindelijk kon ik niet anders dan eerlijk zijn naar mijzelf. Hoe ik ook probeer de Bijbel op een gezonde en liefdevolle manier te interpreteren, de Bijbel blijft een boek dat aan alle kanten rammelt. De Bijbel is een boek dat – alle mooie teksten over liefde en trouw ten spijt – ontzettend veel nadruk legt op oordeel, toorn, wraak, en vergelding. Een boek dat, zelfs in het Nieuwe Testament, ten dele een Godsbeeld in stand houdt dat ‘normaal’ was in de klassieke oudheid: dat van God als strijder/rechter/oordeler. En als christenen vinden we dat misschien normaal omdat we ermee opgevoed zijn, maar als je van afstand kijkt is het heel raar dat een God wiens aard liefde zou moeten zijn, van Genesis tot Openbaring bezig is met het straffen en vernietigen van mensen die het niet goed genoeg doen.

Hoe we ook ons best doen het evangelie op relevante en passende manier te interpreteren, het blijft een rare en onbegrijpelijke leer die een vreemd beeld van God creëert. Een leer die feitelijk beweert dat we in God moeten geloven zodat Hij ons kan redden van wat datgene wat Hij ons aan zal doen als we niet in Hem geloven. Met andere woorden: het evangelie is en blijft de ‘blijde boodschap’ van de God die de mens redt van hemzelf.

Kortom: hetzelfde bipolaire karakter van God in het OT, zie ik in het NT.

Ik kan de Bijbel niet repareren
Ik schaamde mij als christen altijd voor sektes als de Westboro Baptists die overal met protestborden demonstreren en verkondigen dat God op gruwelijke wijze de mensheid zal oordelen – en waarvan de leden zich zelfs verheugen op het oordeel over de goddelozen, want als God iemand gruwelijk om het leven wil brengen, wie zijn wij dan om daar niet blij mee te zijn? Maar toen ik recent opnieuw de documentaire van Louis Theroux over hen zag, realiseerde ik mij ineens dat deze mensen simpelweg aannemen dat God werkelijk is zoals Exodus hem afspiegelt: aardig en met lichte tegenzin genadig voor hen die voor hem buigen, maar een afschrikwekkende en meedogenloos moordende tiran voor hen die ongehoorzaam zijn. Het grote verschil tussen de Westboro Baptists en de meeste christenen is dat zij de ongemakkelijke teksten uit het Oude Testament niet wegverklaren of links laten liggen, maar keihard serieus nemen. Want de Bijbel geeft alle ruimte om zo over God te denken. De Westboro Baptists leggen de nadruk op de God van het Oude Testament en negeren de liefdevollere teksten in het Nieuwe Testament, precies zoals de meeste christenen de nadruk leggen op de liefdevollere God uit het Nieuwe Testament en de wraakzuchtige kant van God uit het Oude Testament negeren.

Ik heb mij jarenlang suf gezocht naar hoe ik de problemen met de bipolaire God kan oplossen. Ik heb de uitleg van de theoloog Gregory Boyd gelezen die uitvoerige werken heeft gewijd aan dit probleem, van Michael Hardin die diepe exegetische studies heeft gedaan ernaar, van Bradley Jersak, van Brian Zahnd, van Jacob Wright, ik heb me verdiept in de verklaringen van René Girard over mimesis en bovengenoemde bijbelgeleerde Crossan, ik heb de meer katholieke interpretaties gelezen van Richard Rohr – maar al hun interpretaties falen omdat ze het bipolaire karakter van de Bijbel niet werkelijk kunnen verklaren. En zelfs als het wel een verklaring zou bieden, lost het voor mij het probleem niet op. Want zelfs dan vind ik het nog compleet onbevredigend dat we een Bijbel hebben die blijkbaar zo verkeerd vertaald is, en dat God blijkbaar niet wijs genoeg is om Zijn boek simpel en helder genoeg te maken zodat iedereen het kan begrijpen. Het zou betekenen dat ieder mens op aarde Grieks moet studeren en een enorm onderzoek naar de historische context en verschillende bijbelmanuscripten moeten doen om tot ‘de waarheid’ te komen, omdat dit niet blijkt uit de Bijbel zoals wij hem hebben. Ik kan niet geloven dat ‘het boek van God’ zo voor meerdere uitleg vatbaar is, en zonder achtergrondonderzoek, exegese, grondteksten en historisch-cultureel context-onderzoek volledig verkeerd opgevat kan worden.

Met terugwerkende kracht begon ik me af te vragen waarom ik in vredesnaam zo veel jaren de Bijbel verdedigd heb. Waarom ik in mijn boeken, zoals ‘De Wereldwijde Vloed’, beweerde dat de Bijbel juist totaal anders is dan alle andere ‘heilige boeken’ omdat het zo’n consistent en helder beeld van God zou brengen. Ik zie nu dat ik simpelweg zag wat ik wilde zien, dat ik zo gebrainwasht was met christelijke theologie dat ik de overduidelijke problemen met de Bijbel niet kon zien.

Samenvattend: ik wilde jarenlang christen blijven en geloven dat God echt liefde is. Ik heb het op alle mogelijke manieren geprobeerd. Maar het bleef knagen, want mijn interpretaties veranderden de Bijbel niet. Iedere keer als ik door de Bijbel bladerde, bleef ik struikelen over de nare negatieve en dreigende teksten. Het klopte niet, er was iets grondigs mis. De discrepantie tussen de ‘God vol liefde’ die we bezingen in onze aanbiddingsliederen en de woeste God die we regelmatig in de Bijbel zien, is niet weg te verklaren. Óf onze geestelijke ervaringen met Gods liefde kloppen niet (en God is echt vol wraak) óf die ervaringen kloppen wel maar de Bijbel klopt niet (en de echte God is echt liefdevol en oneindig in trouw). Of God is veranderd, heeft zich bedacht, had eeuwenlang een rothumeur maar werd daarna vriendelijker.

Na jaren, jaren, jaren van zoeken heb ik de handdoek in de ring gegooid; ik ben gestopt met te proberen alle contradicties in de Bijbel op te lossen, want ze zijn niet op te lossen. De Bijbel is niet te repareren. De Bijbel is simpelweg niet het Woord van God; ze is voor een groot deel menselijk, daarom ook logischerwijs tegenstrijdig, bij vlagen zelfs mythologisch, en op veel vlakken verwerpelijk qua moraal. Ik las laatst ergens: ‘vergeving getuigt van intelligentie, wraak betekent dat je je verlaagt tot het niveau van je vijand.’ De grote nadruk op wraak en vergelding in de Bijbel – zowel in het OT als NT – getuigt van een primitief godsbeeld, een projectie van hoe mensen zelf dachten in wraakculturen. Het representeert niet hoe een Bron van Liefde, Wijsheid en Licht de problemen met de schepping zou oplossen.

Het is, denk ik, beter om een atheïst te zijn dan om te geloven in een narcistische, gewelddadige God die niet weet hoe hij met zonde moet omgaan behalve te pijnigen en doden, wiens genade maar voor korte duur is (namelijk tot de dood) en wiens toorn voor eeuwig is. Ik denk oprecht dat veel atheïsten dichter bij het karakter van God zijn dan sommige christenen, omdat zij – vanuit een innerlijk rechtvaardigheidsgevoel – de Bijbelse visie op God verwerpen.

Lang verhaal kort: ik kon uiteindelijk niet anders dan concluderen dat de Bijbel niet ‘het’ boek is waardoor God zich openbaart. Als er een God is, dan moet deze groter zijn dan dat boek, en vele malen groter dan het christelijk geloof.

Toch was er voor mij nog altijd een heet hangijzer, of een heilig huisje zo je wilt: de persoon van Jezus Christus. Ik had grote moeite het idee los te laten dat Jezus Christus een goddelijk persoon was die de Oudtestamentische profetieën vervuld had. Dat idee zat zó diep. Toch besloot ik ook dat zo objectief mogelijk tegen het licht te houden. In het volgende hoofdstuk, 'Problemen met Jezus als beloofde Messias', ga ik hier op in.

 

NOTEN:

[1] Jacob M. Wright schrijft hierover: ‘De theologie van de vroege kerk was vol leven en vreugde, en open voor veel hoopvollere mogelijkheden. Vanwege de liefde van God die geopenbaard werd aan het kruis, Jezus’ openbaring van de Vader en zijn overwinning over de dood, was het helemaal niet ongewoon of ketters om te geloven in de uiteindelijke verzoening van alle mensen tot de Vader en om het doel van het toekomstige oordeel als restoratief en herstellend te zien. Dit idee was wijdverbreid in de Kerk, tot aan de donkere middeleeuwen. Zelfs kerkvader Gregorius van Nyssa die de Geloofsbelijdenis van Nicea overzag en vaststelde – de standaard geloofsbelijdenis van het christelijk geloof – geloofde en onderwees dat de gehele schepping en de gehele mensheid uiteindelijk tot de Vader terug zou komen door Jezus.’

[2] Dezelfde Paulus die zegt dat ‘iedere tong zal belijden dat Jezus heer is’, zegt ergens anders dat niemand ‘Jezus is heer’ kan zeggen dan door de heilige Geest.

[3] Crossan meent dat in de vroege kerk delen zijn toegevoegd aan het Nieuwe Testament door zijn volgelingen, die zijn radicale boodschap simpelweg niet goed konden begrijpen, en nog altijd beïnvloed waren door het denken dat de Messias een strijdende overwinnaar zou zijn die de overheerser zou verdrijven. Hij maakt onderscheid tussen de ‘historische Jezus’ en de theologische Jezus die zijn volgelingen begonnen te verkondigen. Maar hoe boeiend Crossans ideeën ook zijn, het werkt niet. Want dan heb je nog steeds een God die niet in staat was een ‘heldere’ duidelijke Bijbel te laten ontstaan.

 
 
© Tjarko Evenboer